Waarom reageert je narcistische ex soms sterker wanneer jij afstand neemt?

Wat grenzen stellen, minder reageren en emotionele afstand zichtbaar kunnen maken wanneer je na een scheiding samen ouders blijft

Je hebt besloten het anders te gaan doen.

Niet meer op ieder bericht reageren. Niet meer uitleggen wat je eigenlijk bedoelde. Niet meer proberen recht te zetten wat volgens jou verkeerd wordt voorgesteld. Niet meer om half elf ’s avonds een bericht van drie schermen beantwoorden omdat er ergens tussen alle verwijten één praktische vraag over de kinderen staat.

Gewoon kort. Feitelijk. Rustig.

Je hebt er misschien zelfs lang over gedaan om zover te komen.

Want jarenlang werkte het anders.

Er kwam een verwijt en jij legde uit. Er ontstond boosheid en jij probeerde te kalmeren. Er werd iets beweerd wat volgens jou helemaal niet klopte en voor je het wist zat je opnieuw oude berichten terug te zoeken om te bewijzen hoe het werkelijk was gegaan.

Misschien probeerde je vooral misverstanden uit de wereld te helpen. Misschien wilde je voorkomen dat de situatie verder escaleerde. Of misschien had je door de jaren heen gewoon geleerd dat níét reageren soms meer onrust gaf dan wel reageren.

Helemaal geen afstemming meer hebben is meestal geen reële optie. Jullie relatie is voorbij, maar jullie blijven samen ouders. Er moeten dus nog steeds afspraken worden gemaakt over de kinderen, school, vakanties, een doktersafspraak of wie waar wanneer moet zijn.

Je kunt afstand nemen van de relatie. Je kunt niet zomaar verdwijnen uit het ouderschap.

In dit artikel kijken we daarom niet alleen naar de vraag waarom een ex-partner sterker kan reageren wanneer jij afstand neemt of grenzen stelt. We kijken vooral naar wat er verandert wanneer jij niet langer reageert zoals je jarenlang hebt gedaan.

Wat wordt er dan zichtbaar in jullie contact? Wat merk je bij de kinderen? En hoe maak je onderscheid tussen wat je vermoedt en wat je werkelijk kunt vaststellen?

We maken daarbij ook de stap van psychologische theorie naar dossieranalyse en laten zien waarom die manier van kijken binnen de JPA-methode® belangrijk is.

Maar eerst kijken we naar wat er kan gebeuren wanneer jij binnen het noodzakelijke contact over de kinderen anders begint te reageren.

Grenzen stellen na een scheiding kan juist daarom zo ingewikkeld zijn. Want het gaat allang niet meer alleen over jou.

Misschien dacht je: laat mij maar antwoorden, dan blijft het tenminste rustig.

Of: als ik hier nu een punt van maak, krijgen de kinderen straks de spanning mee.

En soms gaf je misschien toe aan iets waar je eigenlijk helemaal niet achter stond.

Niet omdat je niet wist wat je wilde.

Niet omdat je geen grens had.

Maar omdat je ondertussen ook had geleerd rekening te houden met wat er kon gebeuren wanneer je die grens wél bewaakte.

Dat is iets wat buitenstaanders niet altijd zien.

Zij zien iemand die opnieuw antwoordt. Die toch weer uitlegt. Die uiteindelijk toegeeft.

Wat ze niet zien, is de afweging die daar soms aan voorafgaat.

Wat gebeurt er als ik dit níét doe?

En wanneer je jarenlang zulke afwegingen hebt gemaakt, voelt stoppen met reageren ineens een stuk minder eenvoudig dan het klinkt.

Maar nu probeer je het anders te doen.

Deze keer antwoord je alleen op de praktische vraag.

En dan gebeurt er iets merkwaardigs.

Het wordt niet rustiger.

Er komt nog een bericht.

En nog één.

Het onderwerp verschuift. Iets wat vorige week was afgerond, blijkt ineens toch niet afgerond. Een praktische afspraak over de kinderen mondt uit in een discussie over jullie relatie. Er wordt iets bijgehaald wat maanden geleden gebeurde. Je krijgt een verwijt waarop je eigenlijk zou willen antwoorden, want het klopt niet. Maar je doet het niet.

En ergens denk je:

Ik reageer juist minder. Waarom wordt het dan méér?

Dat is een ervaring die kan voorkomen wanneer iemand afstand begint te nemen van een ex-partner met sterke narcistische patronen.

Niet bij iedereen.

Niet iedere boze reactie na een scheiding wijst op narcisme en niet iedere ex-partner die veel berichten stuurt heeft een persoonlijkheidsprobleem.

Een scheiding doet iets met mensen.

Er is verdriet. Boosheid. Angst. Machteloosheid. Soms paniek. Mensen kunnen tijdelijk gedrag vertonen dat helemaal niet bij hen lijkt te passen.

Maar soms gebeurt er iets anders.

Niet één keer, maar steeds opnieuw.

Zodra jij minder reageert, neemt de druk toe. Wanneer jij een grens stelt, ontstaat er een nieuwe discussie. Wanneer je stopt met jezelf te verdedigen, lijkt er alweer een volgende beschuldiging klaar te liggen.

Daar wordt het interessant.

Niet omdat we daarmee weten waarom je ex dit doet.

Maar omdat jouw verandering iets zichtbaar kan maken wat jarenlang bijna onzichtbaar was.

Je verandert niet alleen je gedrag

We denken gemakkelijk dat afstand nemen iets individueels is.

Jij besluit minder te reageren.

Jij stelt een grens.

Jij stopt met discussiëren.

Dus zou je verwachten dat er simpelweg minder interactie ontstaat.

Minder reageren = minder discussie.

Logisch.

Was het maar altijd zo eenvoudig.

Want binnen een langdurige relatie ontstaan gewoontes die veel verder gaan dan wie de vuilnis buitenzet of wie op zondag koffie maakt.

Mensen leren ook emotioneel op elkaar reageren.

Je kent na verloop van tijd een blik van de ander. Je hoort aan een stem wat er aan de hand is. Je weet wanneer je beter even niets kunt zeggen en wanneer er juist verwacht wordt dat je iets zegt.

Ook in gezonde relaties gebeurt dat voortdurend.

Als je thuiskomt na een verschrikkelijke dag en je partner zegt: “Kom, vertel eens”, kan alleen die reactie al iets met je spanning doen.

Als je onzeker bent, kan iemand die je vertrouwt je helpen relativeren.

Als je verdrietig bent, kan de aanwezigheid van een ander je helpen weer tot rust te komen.

In de psychologie heet dat onder meer interpersoonlijke emotieregulatie.

Een hele mond vol voor iets wat we allemaal doen.

Mensen reguleren hun emoties namelijk niet uitsluitend alleen. We doen dat ook via andere mensen.

Daar is op zichzelf niets ongezonds aan.

De interessante vraag begint ergens anders:

Welke functie heeft de ander gekregen in jouw emotionele evenwicht? En wat gebeurt er wanneer die persoon die functie niet langer op dezelfde manier vervult?

Als jij jarenlang degene was die reageerde

Stel dat jij binnen de relatie meestal degene was die probeerde de rust te herstellen.

Als je partner boos werd, ging jij uitleggen.

Als er een beschuldiging kwam, verdedigde jij jezelf.

Als er onzekerheid ontstond, stelde jij gerust.

Als een ruzie uit de hand dreigde te lopen, probeerde jij hem op te lossen.

Misschien paste je je woorden aan. Je timing. Je toon. Soms zelfs je plannen.

Niet omdat iemand op een dag tegen je zei:

Vanaf nu ben jij verantwoordelijk voor mijn emotionele evenwicht.

Zo werkt het natuurlijk niet.

Het ontstaat veel subtieler.

Je merkt wat spanning vermindert en gaat dat vaker doen. Je ontdekt welke onderwerpen problemen geven en probeert die te vermijden. Je leert wanneer uitleg helpt, of wanneer je denkt dat uitleg zal helpen.

En soms leer je nog iets anders.

Dat toegeven sneller rust geeft dan volhouden.

Dat een discussie stoppen soms betekent dat jij degene bent die uiteindelijk zegt: laat maar.

Dat je bepaalde dingen beter op een bepaald moment kunt zeggen.

Of juist helemaal niet.

En bij veel van die afwegingen spelen de kinderen mee.

Want misschien zou je voor jezelf allang hebben gedacht: zoek het uit.

Maar zo eenvoudig is het niet.

Misschien herken je dat al van vóór jullie uit elkaar gingen. Misschien lagen er twee kinderen boven te slapen.

Of morgen is er een schoolfeest.

Of je wilt gewoon niet dat zij opnieuw die spanning aan tafel voelen.

Dus stel je het gesprek uit. Je sust. Je lost iets op. Je laat iets passeren.

Voor de kinderen.

Dat kan lange tijd voelen alsof jij de situatie onder controle houdt.

Als jij maar rustig blijft, wordt het niet erger.

Als jij maar op tijd reageert, voorkom je misschien de volgende discussie.

Als jij maar een beetje toegeeft, hebben de kinderen tenminste een rustige avond.

Daar kan iets pijnlijks gebeuren.

Je probeert de rust te bewaren, maar om dat te kunnen doen lever je steeds een klein stukje van je eigen bewegingsruimte in.

Niet noodzakelijk omdat je niet weet waar je grens ligt.

Soms weet je dat heel goed.

Je bent alleen bang geworden voor wat er kan gebeuren wanneer je haar bewaakt.

En voor je het weet heb je samen een dans geleerd waarvan niemand ooit de passen heeft afgesproken.

De ene zet een stap.

De andere reageert.

De eerste reageert daarop.

En jarenlang kan die dans doorgaan.

Tot één van de twee ineens stopt met dansen.

Dat is wat er kan gebeuren wanneer jij na een scheiding grenzen begint te stellen.

En dan hoor je misschien van alle kanten:

Je moet gewoon niet meer reageren.

Hou het zakelijk.

Stel duidelijke grenzen.

Goedbedoeld advies.

Maar degene die dat zegt, voelt niet wat jij voelt wanneer je het bericht leest en besluit deze keer níét te antwoorden.

Want jij kent de voorgeschiedenis.

Je weet wat er eerdere keren gebeurde toen je nee zei.

Je weet hoe snel een praktisch gesprek kon omslaan.

En misschien denk je zelfs nu nog:

Als ik dit doe, wat betekent dat dan straks voor de kinderen?

Daarom is een grens stellen soms niet het moeilijkste.

De grens laten staan wanneer de reactie komt, is dat wel.

Je antwoordt niet meer onmiddellijk.

Je verdedigt je niet meer tegen iedere beschuldiging.

Je gaat niet meer mee in gesprekken die niets met de kinderen of de praktische regeling te maken hebben.

En daarmee verander je meer dan alleen het aantal berichten dat jij verstuurt.

Je verandert een interactiepatroon.

En dan kan het juist drukker worden

Dat klinkt tegenstrijdig.

Je doet minder, maar krijgt soms méér terug.

Meer berichten. Meer verwijten. Meer pogingen om een discussie te beginnen. Misschien onverwachte toenadering. Daarna weer afstand. Of ineens wordt een derde persoon bij het conflict betrokken.

Soms verschuift de onrust ook naar een formeler niveau, bijvoorbeeld via een advocaat of een nieuwe juridische procedure.

Soms gebeurt iets nog subtielers.

Je hebt één onderwerp netjes afgerond.

Eindelijk.

Denk je.

Maar het ene onderwerp is nog maar net afgerond, of er verschijnt alweer een ander onderwerp.

En daar is hij weer: de discussie waarvan jij dacht dat je hem net had beëindigd, alleen met een andere jas aan.

Dat betekent niet automatisch dat je ex dit allemaal bewust organiseert.

Dat onderscheid is ontzettend belangrijk.

Wanneer we ieder gedrag onmiddellijk verklaren vanuit een verborgen bedoeling, zoals hij wil controle, zij wil aandacht, hij probeert mij terug te trekken of zij wil mij straffen, lopen we het risico dat onze interpretatie uiteindelijk belangrijker wordt dan wat er werkelijk gebeurt.

Daarom kun je beter eerst iets anders doen.

Kijken.

Wat gebeurde er vóórdat de reactie kwam?

Wat veranderde jij?

Wat gebeurde daarna?

En gebeurt dat één keer, of zie je hetzelfde patroon opnieuw wanneer jij een vergelijkbare grens stelt?

Daar begint een veel betrouwbaardere analyse.

Waarom jouw reactie bij narcistische patronen meer betekenis kan krijgen

Nu kunnen we een stap dieper gaan.

Bij sterke narcistische patronen kan zelfwaardering relatief gevoelig zijn voor wat er in de omgeving gebeurt.

Erkenning, succes, bewondering, status of het gevoel invloed te hebben kunnen bijdragen aan een positiever zelfgevoel. Kritiek, afwijzing, genegeerd worden, verlies van controle of ervaren gezichtsverlies kunnen dat zelfgevoel juist onder druk zetten.

Dat betekent niet dat iemand met narcistische kenmerken voortdurend complimenten nodig heeft of zonder aandacht onmiddellijk instort.

Zo simpel is het niet.

Het betekent wel dat zelfwaardering, emoties en wat er tussen mensen gebeurt sterker met elkaar verweven kunnen raken.

En dan wordt afstand ineens interessant.

Want de afstand zit na een scheiding niet noodzakelijk in het verdwijnen van contact. Ze kan juist zitten in de manier waarop jij aan het noodzakelijke contact over de kinderen deelneemt.

Je reageert anders.

Een reactie waarop jarenlang gerekend kon worden, komt niet meer.

De uitleg blijft uit.

De verdediging blijft uit.

De geruststelling blijft uit.

Zelfs de ruzie blijft misschien uit.

En ja, ook ruzie kan een vorm van contact zijn.

Dat klinkt misschien vreemd wanneer je er middenin zit, maar denk er eens over na: tijdens een ruzie zijn twee mensen soms urenlang intensief met elkaar bezig. Er wordt gelezen, geschreven, gereageerd, verdedigd en opnieuw gereageerd.

Het contact is negatief.

Maar het is contact.

Wanneer jij daar niet meer aan deelneemt, verandert er dus iets wezenlijks in de interactie.

De reactie op die verandering kan informatie geven over hoe het eerdere patroon functioneerde.

Een grens vertelt soms meer dan honderd discussies

Daarom kan een grens zo interessant zijn.

Niet alleen omdat een grens jou beschermt, maar omdat een grens soms iets zichtbaar maakt.

Je hoeft daarvoor geen experiment met je ex uit te voeren. Een hoogconflictscheiding is al ingewikkeld genoeg zonder dat we thuis amateurpsycholoog gaan spelen.

Maar als jij om andere redenen je communicatie hebt veranderd, kun je wel achteraf kijken wat er gebeurde.

Je stopte met onmiddellijk antwoorden.

Wat gebeurde er?

Je reageerde alleen nog op concrete zaken over de kinderen.

Wat gebeurde er?

Je ging niet meer in op persoonlijke verwijten.

Wat gebeurde er?

Je zei één keer duidelijk nee en ging daar niet opnieuw over onderhandelen.

Wat gebeurde er?

Dat zijn veel interessantere vragen dan onmiddellijk:

Waarom doet hij dit?

Of:

Wat probeert zij hiermee te bereiken?

Want misschien weten we dat laatste helemaal niet.

Wat we wél kunnen vaststellen, is wat er telkens gebeurt.

Het verschil tussen wat we denken dat iemand bedoelt en wat we daadwerkelijk kunnen waarnemen, wordt bijzonder belangrijk wanneer een conflict uiteindelijk ook juridisch relevant wordt.

En wat wordt er ondertussen bij de kinderen zichtbaar?

Tot nu toe keken we vooral naar wat er tussen de ouders gebeurt. Maar hetzelfde patroon kan ook iets zichtbaar maken bij de kinderen.

Want volwassenen mogen steun bij elkaar zoeken. Ze mogen verdrietig zijn. Ze mogen onzeker zijn. Ook een ouder mag na een scheiding een moeilijke periode hebben.

Maar een kind heeft een andere positie.

Een kind heeft volwassenen nodig om te leren omgaan met emoties.

Niet andersom.

Toch kan die richting langzaam verschuiven.

Een kind merkt bijvoorbeeld dat papa stil wordt wanneer het enthousiast vertelt wat het bij mama heeft gedaan.

Of dat mama gespannen raakt zodra papa ter sprake komt.

Misschien zegt niemand letterlijk:

Je mag daar niet over praten.

Dat hoeft ook niet.

Kinderen zijn vaak verbazingwekkend goede waarnemers.

Na een tijdje kan een kind zelf gaan selecteren.

Dit vertel ik wel.

Dat vertel ik beter niet.

Hier moet ik voorzichtig mee zijn.

Misschien probeert het een ouder gerust te stellen. Misschien houdt het informatie achter. Misschien voelt het eerst de sfeer aan voordat het vertelt wat het heeft meegemaakt.

En ook hier moeten we oppassen met snelle conclusies.

Een kind dat zijn verdrietige moeder een knuffel geeft, is geen bewijs van parentificatie. Een kind dat een keer niets vertelt over papa, bewijst evenmin dat het zich onveilig voelt.

De betekenis zit opnieuw in het patroon.

Hoe vaak gebeurt het?

Hoe lang al?

Wat gebeurt er wanneer het kind wél vrijuit spreekt?

Kan het kind blij zijn met de ene ouder zonder het gevoel te krijgen daarmee de andere ouder pijn te doen?

Kan het boos zijn?

Kan het zeggen dat het ergens niet naartoe wil?

Kan het vertellen wat er gebeurd is zonder eerst te moeten nadenken over de reactie die daarop zal volgen?

En misschien is dit uiteindelijk een van de belangrijkste vragen:

Heeft het kind bij beide ouders voldoende ruimte om gewoon kind te zijn?

Daar krijgt een psychologisch begrip ineens handen en voeten.

Niet het etiket narcisme bepaalt het antwoord.

Wat er werkelijk gebeurt, doet dat.

Van psychologische theorie naar dossieranalyse

Misschien herken je inmiddels bepaalde dingen.

Je bent minder gaan reageren en juist toen nam de druk toe. Je stelde een grens en merkte dat het gesprek zich verplaatste naar een ander onderwerp. Of je zag bij je kind gedrag waarvan je je pas later begon af te vragen wat het eigenlijk betekende.

Dan ligt een volgende stap bijna voor de hand:

Dus dát is wat er gebeurt.

Maar precies daar moeten we voorzichtig worden.

Herkenning is waardevol. Het kan je helpen om gebeurtenissen die lange tijd los van elkaar leken te staan, anders te bekijken. Maar herkenning is nog geen bewijs dat een psychologische verklaring ook werkelijk van toepassing is op jouw situatie.

Een theorie over narcistische regulatie kan helpen om patronen beter te herkennen. Ze mag het onderzoek naar de feiten nooit vervangen.

Een dossieranalyse begint daarom niet met de conclusie dat iemand bevestiging, controle of emotionele regulatie zoekt.

Ze begint veel eenvoudiger:

Wat gebeurde er daadwerkelijk?

Welke gebeurtenis ging aan de reactie vooraf?

Wanneer veranderde de communicatie?

Welke grens werd gesteld?

Hoe reageerde de ander?

Was dat een eenmalige reactie, of gebeurde iets vergelijkbaars opnieuw?

Was hetzelfde patroon ook zichtbaar in andere situaties?

En wat waren de gevolgen voor de communicatie, de voorspelbaarheid, de veiligheid of het ouderschap?

En wat werd er ondertussen bij het kind zichtbaar?

Hoe reageerde het kind?

Veranderde zijn gedrag?

Was dat tijdelijk of terugkerend?

En zijn er ook andere plausibele verklaringen voor wat we zien?

Die laatste vraag is belangrijk.

Want wanneer je eenmaal een verklaring hebt gevonden die heel herkenbaar voelt, ontstaat gemakkelijk de neiging om volgende gebeurtenissen door diezelfde bril te bekijken.

Je stelt een grens. De ander wordt boos.

Zie je wel.

Je reageert niet. Er komt een nieuw bericht.

Zie je wel.

En ondertussen komt je kind stil thuis.

Zie je wel.

Maar drie keer zie je wel maakt nog geen analyse.

Misschien is de boosheid een reactie op jouw grens. Misschien speelt er iets anders. Misschien heeft het nieuwe bericht niets met jouw eerdere stilte te maken. Misschien is je kind stil vanwege iets wat die dag op school gebeurde.

Dat zijn geen redenen om je waarneming weg te wuiven.

Het zijn redenen om haar serieus genoeg te nemen om haar te toetsen.

Pas nadat een feitelijke basis is opgebouwd, kan worden onderzocht welke psychologische mechanismen met het vastgestelde patroon verenigbaar zijn.

Dat voorkomt een belangrijk analytisch risico: dat de theorie vooraf al bepaalt wat je vervolgens in je eigen verhaal, communicatie of dossier denkt te herkennen.

Een zorgvuldig psychologisch kader hoort precies het tegenovergestelde te doen.

Het helpt je betere vragen te stellen.

En daarna moeten de feiten bepalen of het antwoord dat je vermoedde ook werkelijk standhoudt.

De zoektocht naar het motief kan eindeloos worden

Toch blijft er vaak één vraag terugkomen.

Waarom?

Waarom doet hij dit?

Waarom stuurt zij opnieuw zo’n bericht terwijl alles toch duidelijk was?

Waarom begint er telkens een nieuwe discussie zodra de vorige eindelijk voorbij lijkt?

Waarom kan mijn ex mij niet gewoon met rust laten?

Het zijn begrijpelijke vragen.

Zeker wanneer je lange tijd in een relatie hebt gezeten waarin je voortdurend probeerde te begrijpen wat er gebeurde.

Misschien heb je tijdens de relatie al uren gezocht naar verklaringen.

Heb ik iets verkeerd gezegd?

Had ik het anders moeten brengen?

Waarom was het gisteren geen probleem en vandaag ineens wel?

En na een scheiding kan dat gewoon doorgaan.

Alleen zit je nu misschien niet meer tegenover elkaar aan de keukentafel, maar zit je ’s avonds naar een WhatsAppbericht te kijken.

Je leest het.

Nog een keer.

Je legt je telefoon weg.

Pakt hem weer.

Leest het opnieuw.

En voor je het weet ben je twintig minuten bezig met drie zinnen.

Niet eens omdat je niet kunt lezen.

Maar omdat je probeert te begrijpen wat eráchter zit.

Waarom stuurt hij dit nu?

Wil ze dat ik reageer?

Is dit bedoeld om mij kwaad te krijgen?

Moet ik hier iets mee?

En daar kun je heel lang mee bezig blijven.

Want voor iedere verklaring is vaak weer een andere verklaring mogelijk.

Misschien wilde de ander een reactie.

Misschien voelde die zich afgewezen.

Misschien ging het om invloed.

Misschien om boosheid.

Misschien om angst.

Misschien was het bericht gewoon geschreven in een emotioneel moment en zit er veel minder strategie achter dan jij denkt.

We weten het niet.

En soms hoeven we het ook niet te weten.

Dat kan bijna onbevredigend voelen.

Zeker wanneer je jarenlang hebt geprobeerd de ander te begrijpen om te kunnen voorspellen wat er daarna zou gebeuren.

Want begrijpen gaf misschien een gevoel van controle.

Als ik maar weet waarom, weet ik misschien ook wat ik moet doen.

Een andere vraag kan daar veel meer opleveren.

Niet:

Waarom doet mijn ex dit?

Maar:

Wat gebeurt er als ik níét meer doe wat ik altijd heb gedaan?

Dat is een totaal andere manier van kijken.

Je hoeft dan niet meer in het hoofd van de ander te kruipen.

Je kijkt naar wat er voor je ligt.

Je stemde vroeger uiteindelijk toch in met een wijziging van de afspraak en deze keer bleef je bij wat was afgesproken.

Wat gebeurde er?

Niet één keer.

Maar over tijd.

Daar kan een patroon zichtbaar worden, als er daadwerkelijk een patroon is.

En dat laatste is belangrijk.

Want ook hier geldt: niet iedere vervelende reactie is een patroon. Niet ieder conflict is psychologische regulatie. Niet iedere boze ex is narcistisch.

Het gaat om de samenhang.

Om herhaling.

Om omstandigheden.

Om wat eraan voorafgaat.

En om wat er daarna gebeurt.

Je hoeft niet te weten wat iemand dacht om te kunnen zien wat er gebeurde

Dat onderscheid kan enorm bevrijdend zijn.

Je hoeft niet te bewijzen:

Hij deed dit omdat hij controle wilde.

Je kunt misschien wél vaststellen:

Toen ik niet instemde met de voorgestelde wijziging, volgden binnen twee dagen meerdere berichten over andere onderwerpen en werd de bestaande afspraak opnieuw ter discussie gesteld.

Dat is iets anders.

Je hoeft niet te schrijven:

Zij gebruikte de kinderen om mij emotioneel te raken.

Misschien kun je wél vaststellen wat er concreet gebeurde, wat het kind zei of deed, wat beide ouders deden en welke gevolgen daarop volgden.

De eerste uitspraak gaat over een motief dat je aan iemand toeschrijft.

De tweede probeert gebeurtenissen zichtbaar te maken.

Dat verschil lijkt klein.

In een dossier is het enorm.

Want zodra je ophoudt met bewijzen wat iemand volgens jou bedoelde, ontstaat er ruimte om veel nauwkeuriger te kijken naar wat er feitelijk gebeurde.

En soms wordt het patroon daardoor juist sterker.

Niet omdat je het groter maakt.

Maar omdat je niets groter hoeft te maken dan het is.

De feiten mogen hun eigen werk doen.

En wat als je jarenlang hebt toegegeven voor de kinderen?

Daarmee komen we terug bij iets wat veel ouders tijdens en na een hoogconflictscheiding herkennen.

Ik deed het voor de kinderen.

Je liet een discussie liggen.

Je paste een afspraak aan.

Je antwoordde toch maar.

Je hield je mond toen je eigenlijk iets wilde zeggen.

Je nam iets over omdat je wist dat het anders misschien niet gebeurde.

En misschien heeft dat op bepaalde momenten ook werkelijk rust gebracht.

Dat moeten we niet achteraf wegredeneren.

Mensen maken in moeilijke omstandigheden voortdurend praktische afwegingen.

Maar na verloop van tijd kan er wel een andere vraag ontstaan:

Wie draagt eigenlijk de gevolgen van deze rust?

Als rust alleen mogelijk blijft zolang één ouder voortdurend anticipeert, oplost, toegeeft, opvangt of zijn eigen grenzen verlegt, dan is het belangrijk om ook dát patroon te zien.

Niet om achteraf tegen jezelf te zeggen dat je het verkeerd hebt gedaan.

Maar om te begrijpen wat er jarenlang nodig was om de situatie werkbaar te houden.

En bij kinderen wordt die vraag nog belangrijker.

Een kind hoeft niet verantwoordelijk te worden voor de emotionele rust van een ouder.

Net zoals één ouder niet vanzelfsprekend verantwoordelijk hoort te blijven voor het emotionele evenwicht van de andere ouder nadat de relatie is beëindigd.

Daarom is de vraag bij een scheiding niet alleen:
Hoe krijgen we zo weinig mogelijk conflict?

Soms moet ook worden gevraagd:
Wat is er nodig om die rust te bereiken? En wie moet zich daarvoor telkens aanpassen?

Dat vertelt vaak veel meer.

Van losse gebeurtenissen naar een patroon dat toetsbaar wordt

Hier raakt psychologische kennis aan dossieranalyse.

Niet doordat we moeilijke woorden aan gebeurtenissen toevoegen.

En ook niet doordat het woord narcisme ineens alles verklaart.

Integendeel.

Een bruikbaar dossier wordt meestal sterker wanneer we minder invullen en beter kijken.

Niet:

Mijn ex kan niet tegen grenzen.

Maar:

Welke grenzen werden gesteld?

Wanneer?

Een andere bewering kan zijn:

Mijn ex probeert voortdurend controle te houden.

Kijk dan naar de feiten:

Welke afspraken waren er?

Wanneer werden die opnieuw ter discussie gesteld?

Hoe vaak gebeurde dat?

Wat was de aanleiding?

En bij het kind:

Mijn kind voelt zich verantwoordelijk voor de andere ouder.

De toetsbare vragen worden dan:

Wat zei of deed het kind?

Wanneer gebeurde dat?

Bij welke ouder?

In welke omstandigheden?

Kwam dat gedrag vaker terug?

En zijn er andere verklaringen mogelijk?

Zo ontstaat iets heel anders dan een verzameling nare gebeurtenissen.

Er ontstaat samenhang.

Een chronologie.

Een patroon dat kan worden onderzocht.

Sommige patronen kunnen uiteindelijk ook raken aan wat dwingende controle of coercive control wordt genoemd: een samenhangend patroon van dwingende of controlerende gedragingen die de vrijheid en autonomie van de ander aantasten. Ook dat begrip mag niet als etiket op losse gebeurtenissen worden geplakt. Eerst moet zichtbaar worden welke concrete gedragingen er waren, hoe ze zich over tijd tot elkaar verhouden en welke gevolgen ze hadden. Pas daarna kan worden beoordeeld of zo’n breder kader werkelijk past.

Misschien blijkt uiteindelijk dat je eerste verklaring klopt.

Misschien maar gedeeltelijk.

Misschien helemaal niet.

Dat is geen mislukking van de analyse.

Dat is de analyse.

Theorie stelt de vraag. De feiten bepalen het antwoord.

Psychologische theorie kan ontzettend waardevol zijn.

Ze kan helpen begrijpen waarom afstand soms juist méér reactie lijkt op te roepen.

Ze kan zichtbaar maken dat mensen elkaars emoties mede reguleren.

Ze kan verklaringsmodellen bieden voor wat er gebeurt wanneer een vertrouwd interactiepatroon verandert.

En ze kan ons leren welke vragen we misschien nog niet hadden gesteld.

Maar theorie kan niet vaststellen wat er in jouw gezin is gebeurd.

Daarvoor hebben we iets anders nodig.

Feiten.

Chronologie.

Context.

Herhaling.

Gedrag.

Reacties.

Gevolgen.

Ook de concrete ervaringen en het gedrag van de kinderen horen daarbij, net als de omstandigheden waarin veranderingen bij hen zichtbaar werden.

Dat is ook waarom binnen de JPA-methode® psychologische kennis niet wordt gebruikt om vanuit een etiket naar een dossier te kijken.

De richting hoort andersom te zijn.

Eerst onderzoeken wat er feitelijk gebeurde.

Daarna kijken welke patronen daarin zichtbaar worden.

En pas vervolgens onderzoeken welke psychologische mechanismen daarmee verenigbaar kunnen zijn en welke betekenis dat eventueel juridisch heeft.

Want uiteindelijk hoeft een rechter niet te weten welke theorie jij op internet hebt gelezen.

Een rechter moet kunnen begrijpen wat er gebeurde.

Wanneer het gebeurde.

Hoe vaak het gebeurde.

Wat eraan voorafging.

Wat erop volgde.

En wat daarvan de concrete gevolgen waren voor de ouders én voor de kinderen.

Misschien is dat uiteindelijk ook het belangrijkste om mee te nemen wanneer jij opnieuw naar zo’n bericht op je telefoon kijkt.

Je hoeft niet ieder bericht op te lossen.

Je hoeft niet ieder verwijt te weerleggen.

En je hoeft niet voor ieder gedrag de perfecte psychologische verklaring te vinden.

Soms is de betere vraag veel eenvoudiger:

Wat gebeurt hier eigenlijk? En zie ik dit vaker gebeuren?

Daar begint het onderscheid tussen vermoeden en analyse.

Tussen een verklaring die herkenbaar klinkt en een patroon dat werkelijk kan worden onderzocht.

Theorie stelt de vraag.

De feiten bepalen het antwoord.

En wanneer die feiten zorgvuldig in hun samenhang worden onderzocht:

Het dossier maakt zichtbaar wat daadwerkelijk kan worden onderbouwd.