Overlappende eigenschappen tussen Autisme, ADHD en Hoogbegaafdheid.

Het neurodivers brein.

1 persoon op 44 heeft een plaats in het autisme spectrum.

In totaal schat men dat er 1,2 miljard mensen zijn met een neurodivers brein.

De Verenigde Naties (VN) schatten dat de mondiale populatie eind 2022 de 8 miljard zal passeren, met een jaarlijkse toename van 83 miljoen, zo’n 1,1%. Elke dag komen er circa 227.000 mensen bij.

Wat is een neurodivergent brein?

Neurodiversiteit betekent eenvoudigweg dat er verschillen zijn tussen de breinen van mensen en dus verschillende manieren van denken en leren. Het standaardbrein bestaat niet. Net zoals er geen standaarddier, geen standaardbloem en zeker geen standaardmens bestaat, zo bestaat er ook geen standaardbrein.

Neurodivergent zijn, betekent dat je brein anders werkt, dat je informatie op een andere manier verwerkt én dat je prikkelgevoelig bent. ‘Diagnoses’ als autisme/Asperger, OCD, dyslexie, dyspraxie, dyscalculie, ADHD, hoogbegaafdheid en HSP vallen hieronder.

Pas op late leeftijd ontdekte ik hoogbegaafd te zijn. 2 tot 3% in de maatschappij is hoogbegaafd. 85% onder hen hebben HSP. Ik ben ook HSP.

Hoogbegaafdheid draagt valkuilen met zich mee. Het is niet allemaal glamour hoor. Te ontdekken dat ik dit type brein heb was voor mij een hele opluchting en verademing. Nu begrijp ik mijn levenspad zoveel beter. Wij zijn nooit ons label. Toch helpen inzichten de valkuilen verklaren. Het label kan als een handleiding gezien worden. Het nam twijfels weg. En, ik ben niet de enige. Dit artikel zal veel duidelijk maken.

Het passioneert mij om deze materie te bestuderen. Het gebeurt dat ik in de praktijk een neurodivers brein opmerk. Na het gesprek ontvangen zij info over het onderwerp. Dan kunnen ze nadien nog altijd beslissen om een professional te raadplegen. Voor mij was het een win-win om dit te ontdekken. Zo kon ik mezelf nog beter leren kennen en daarom moedig ik aan om het te bestuderen.

De neurodivergente gemeenschap.

Personen met een neurodivers brein laten zich tegenwoordig luid horen, en dat is goed!

Op LinkedIn wordt hier tegenwoordig veel over gedeeld. Er worden groepen opgericht en lezingen. Zij vragen aandacht op de werkvloer. Men wil begrijpen, maar ook begrepen worden. Het gaat dus de goede richting uit. Want als we elkaar begrijpen, werken we samen en niet tegen.

Autisme, ADHD en hoogbegaafdheid zijn drie verschillende neurotypen met veel overlappende eigenschappen.

Een neurotype is een bepaalde combinatie van neuro-eigenschappen die resulteert in een cluster van ervaringen en gedragingen.

Hoewel deze neurotypen afzonderlijk kunnen worden ervaren, ervaren velen van ons meer dan één (of zelfs allemaal) tegelijkertijd.

Het schema is een poging om te verduidelijken en af te bakenen welke eigenschappen geassocieerd zijn met elk neurotype, en welke eigenschappen.

Autisme, ADHD en hoogbegaafdheid zijn de momenteel geaccepteerde namen, maar alle drie de namen zijn problematisch en zijn onnauwkeurige beschrijvingen van de werkelijke ervaring. Er valt nog veel te ontdekken.

(Houd er rekening mee dat dit alleen voor informatieve doeleinden is en niet bedoeld is om te worden gebruikt voor diagnose of behandeling.)

Autisme.

Nood aan routine. Ordenen, duidelijke verwachtingen, vooral bij stress.

Motorische vaardigheden beïnvloed.

Verzacht/gestimuleerd door repetitief gedrag, bewegingen, geluiden en gedachten.

Stimmen: Kenmerken van stimmen zijn stims (zelfstimuleringen), zoals onder andere: Nagelbijten, wrijven, krabben, herhalende bewegingen maken, fladderen met de handen, kauwen op kleding, tikken, wiebelen met de voeten, een voorwerp continu heen en weer bewegen, het herhaald met het hoofd tegen een muur bonzen, maar ook het herhalen van woorden.

Patroonherkenning.

Voorkeur voor interpersoonlijke verbinding door interesses.

Neiging tot hyperfocus op een paar interesses voor een langere periode.

Verschillen in verbale en non-verbale communicatie en interacties.

Voorkeur voor directe communicatie.

Neiging tot concreet denken/moeite met abstract denken.

Hyper- en/of hypobewustzijn van sensorische informatie.

Alexithymie (Moeite om gevoelens te benoemen). Link naar Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Alexithymie

Interoceptie verschillen. (Interoceptie is het vermogen om prikkels van binnenuit het lichaam waar te nemen en te interpreteren. Met dit zintuig zijn we in staat om prikkels als dorst en honger te herkennen maar ook vermoeidheid, spierspanning en het voelen van warmte of koude vallen onder de interoceptie. Pijnbeleving vormt een onderdeel van de interoceptie en wordt nociceptie genoemd. Dit zintuig stelt ons in staat pijnprikkels te voelen en hierop te reageren.)

(Nociceptieve pijn is het gevolg van beschadiging van een lichaamsdeel. Bij deze weefselschade komen er stoffen vrij die pijnsensoren, de nociceptoren geheten, opvangen. Deze sensoren sturen pijnsignalen (via perifere zenuwen en het ruggenmerg) naar de hersenen.)

Verschillen in impulscontrole.

Verwerkingssnelheid beïnvloed.

Andere perceptie van tijd.

Emotionele gevoeligheid.

Atypische sociale interacties.

Sensorische verschillen.

Interesse gedreven.

Hyperactiviteit (lichamelijk en/of mentaal).

Unieke manieren van leren.

Asynchrone ontwikkeling. Asynchroon betekent niet synchroon, dit wil zeggen niet samenvallend (in tijd).

Intense nieuwsgierigheid.

Problemen met de executieve functie.

Uiteenlopend/creatief denken.

Mogelijkheid om details op te merken.

Tijd nodig hebben doorgebracht in eenzaamheid/ overdenking, overpeinzing, reflectie.

Voorkeur voor logica en eerlijkheid.

Voorkeur voor precisie in expressie.

Denken in systemen.

Hoogontwikkelde moraal.

 

Hoogbegaafdheid.

Neiging tot abstract denken.

Snel begrip en/of “overslaan” denken.

Breed scala aan interesses.

Fascinatie voor theorie.

Vroeg emotioneel bewustzijn.

Bewustzijn van en behoefte aan complexiteit.

Vroege nood voor (en voortdurende behoefte om existentiële problemen te onderzoeken).

Interpersoonlijke verbinding nodig hebben door gedeelde interesse in complexiteit.

Neiging om verbindingen te maken tussen domeinen.

Neiging om gevolgen te voorspellen en problemen te voorzien.

Intellectuele stimulatie/mentale uitdagingen nodig hebben.

Mogelijkheid om details op te merken.

Tijd nodig hebben doorgebracht in eenzaamheid/ overdenking, overpeinzing, reflectie.

Voorkeur voor logica en eerlijkheid.

Voorkeur voor precisie in expressie.

Denken in systemen.

Hoogontwikkelde moraal.

Sensorische verschillen.

Interesse gedreven.

Emotionele gevoeligheid.

Unieke manieren van leren.

Asynchrone ontwikkeling. Asynchroon betekent niet synchroon, dit wil zeggen niet samenvallend (in tijd).

Problemen met de executieve functie.

Uiteenlopend/creatief denken.

Intense nieuwsgierigheid.

Snel verveeld.

Leren op een niet-lineaire manier.

Denken in metaforen en symbolen.

 

ADHD.

Moeite met overgangen vanwege uitdagingen met wisselende focus.

Sociale interacties beïnvloed door impulscontrole en focusverschillen.

Werkgeheugen aangetast.

Snel verveeld.

Verlangen naar nieuwigheid.

Neiging tot hyperfocus op een breed scala aan interesses.

Denken in metaforen en symbolen.

Verschillen in het reguleren van de aandacht (hyperfocus wanneer geïnteresseerd en moeite met focussen wanneer niet geïnteresseerd.)

Beweging nodig hebben of friemelen/stimuleren om de focus te helpen.

Leren op een niet-lineaire manier.

Snel kunnen reageren in crisissituaties/noodsituaties.

Stimmen: Kenmerken van stimmen zijn stims (zelfstimuleringen), zoals onder andere: nagelbijten, wrijven, krabben, herhalende bewegingen maken, fladderen met de handen, kauwen op kleding, tikken, wiebelen met de voeten, een voorwerp continu heen en weer bewegen, het herhaald met het hoofd tegen een muur bonzen, maar ook het herhalen van woorden.

Interoceptie verschillen. (Interoceptie is het vermogen om prikkels van binnenuit het lichaam waar te nemen en te interpreteren. Met dit zintuig zijn we in staat om prikkels als dorst en honger te herkennen maar ook vermoeidheid, spierspanning en het voelen van warmte of koude vallen onder de interoceptie. Pijnbeleving vormt een onderdeel van de interoceptie en wordt nociceptie genoemd. Dit zintuig stelt ons in staat pijnprikkels te voelen en hierop te reageren.)

(Nociceptieve pijn is het gevolg van beschadiging van een lichaamsdeel. Bij deze weefselschade komen er stoffen vrij die pijnsensoren, de nociceptoren geheten, opvangen. Deze sensoren sturen pijnsignalen (via perifere zenuwen en het ruggenmerg) naar de hersenen.)

Verschillen in impulscontrole.

Verwerkingssnelheid beïnvloed.

Andere perceptie van tijd.

Emotionele gevoeligheid.

Atypische sociale interacties.

Sensorische verschillen.

Interesse gedreven.

Hyperactiviteit (lichamelijk en/of mentaal).

Unieke manieren van leren.

Asynchrone ontwikkeling. Asynchroon betekent niet synchroon, dit wil zeggen niet samenvallend (in tijd).

Intense nieuwsgierigheid.

Problemen met de executieve functie.

Uiteenlopend/creatief denken.

 

ADHD overlappende eigenschappen met HOOGBEGAAFDHEID.

Emotionele gevoeligheid.

Sensorische verschillen.

Interesse gedreven.

Unieke manieren van leren.

Asynchrone ontwikkeling. Asynchroon betekent niet synchroon, dit wil zeggen niet samenvallend (in tijd).

Uiteenlopend/creatief denken.

Problemen met de executieve functie.

Intense nieuwsgierigheid.

Snel verveeld.

Denken in metaforen en symbolen.

Leren op een niet-lineaire manier.

 

HOOGBEGAAFDHEID overlappende eigenschappen met AUTISME.

Mogelijkheid om details op te merken.

Tijd nodig hebben doorgebracht in eenzaamheid/ overdenking, overpeinzing, reflectie.

Voorkeur voor logica en eerlijkheid.

Voorkeur voor precisie in expressie.

Denken in systemen.

Hoogontwikkelde moraal.

Asynchrone ontwikkeling. Asynchroon betekent niet synchroon, dit wil zeggen niet samenvallend (in tijd).

Emotionele gevoeligheid.

Interesse gedreven.

Unieke manieren van leren.

Sensorische verschillen.

Uiteenlopend/creatief denken.

Problemen met de executieve functie.

Intense nieuwsgierigheid.

 

ADHD overlappende eigenschappen met AUTISME.

Stimmen: Kenmerken van stimmen zijn stims (zelfstimuleringen), zoals onder andere: nagelbijten, wrijven, krabben, herhalende bewegingen maken, fladderen met de handen, kauwen op kleding, tikken, wiebelen met de voeten, een voorwerp continu heen en weer bewegen, het herhaald met het hoofd tegen een muur bonzen, maar ook het herhalen van woorden.

Interoceptie verschillen. (Interoceptie is het vermogen om prikkels van binnenuit het lichaam waar te nemen en te interpreteren. Met dit zintuig zijn we in staat om prikkels als dorst en honger te herkennen maar ook vermoeidheid, spierspanning en het voelen van warmte of koude vallen onder de interoceptie. Pijnbeleving vormt een onderdeel van de interoceptie en wordt nociceptie genoemd. Dit zintuig stelt ons in staat pijnprikkels te voelen en hierop te reageren.)

(Nociceptieve pijn is het gevolg van beschadiging van een lichaamsdeel. Bij deze weefselschade komen er stoffen vrij die pijnsensoren, de nociceptoren geheten, opvangen. Deze sensoren sturen pijnsignalen (via perifere zenuwen en het ruggenmerg) naar de hersenen.)

Verschillen in impulscontrole.

Verwerkingssnelheid beïnvloed.

Andere perceptie van tijd.

Emotionele gevoeligheid.

Atypische sociale interacties.

Sensorische verschillen.

Interesse gedreven.

Hyperactiviteit (lichamelijk en/of mentaal).

Unieke manieren van leren.

Asynchrone ontwikkeling. Asynchroon betekent niet synchroon, dit wil zeggen niet samenvallend (in tijd).

Intense nieuwsgierigheid.

Problemen met de executieve functie.

Uiteenlopend/creatief denken.