De verschillen tussen narcisme en autisme.

De eeuwige vraagstelling.

Start liever eerst met de vraag: Wie ben ik?

Vaak wordt gevraagd om de verschillen te belichten tussen narcisme en autisme. Personen die met mentaal misbruik geconfronteerd worden twijfelen of hun partner misschien wel in het ASS spectrum zit in plaats van het narcistismespectrum.

Individuen in het spectrum worden soms beschreven als “in zichzelf gekeerd”, in die zin dat ze misschien niet begrijpen hoe hun woorden en daden door anderen worden waargenomen. Er zijn veel andere factoren waarmee rekening moet worden gehouden, en dit impliceert niet de negatieve kenmerken van narcisme.

Defensiemechanismes bij autisme.

Een kindje met ASS dat geboren wordt bij ouders met een lage bewustzijnsvorm kunnen mogelijks hun kind afwijzen. Deze afwijzing wordt onbewust gezien als verlating en het daagt de vorming van standvastigheid uit.

Ontwikkelen personen met ASS door deze afwijzing narcistische defensiemechanismes?

Zij zullen zichzelf net als een ander persoon verdedigen tegenover een omgeving die zij ervaren als frustrerend en vijandig.  Het moet benadrukt worden dat iemand met ASS zeer weinig met de narcistische persoonlijkheidspathologie gemeen heeft.

Misdiagnose.

ASS wordt nog te vaak gediagnosticeerd als een persoonlijkheidsstoornis. Er valt nog immens veel te ontdekken over het neurodivers brein.

Personen met een narcistische persoonlijkheid schakelen vanuit een specifiek verdedigingsmechanisme. Het sociale disfunctioneren bij narcisme wordt gestuurd door trauma.

Personen met autisme kunnen mogelijks door anderen worden omschreven als ongevoelig en onverschillig. Ze kunnen hooghartig, arrogant of emotioneel afwezig, beoordeeld worden. Dit is hoe mensen hen zouden kunnen omschrijven. En deze beschrijving kan mogelijks ook worden gegeven aan iemand met de narcistische pathologie.

We kunnen niet zomaar 1 regel gebruiken en zeggen, dit is narcisme en dat is autisme.

Ieder mens is anders en uniek. Er moet met kennis en expertise geanalyseerd worden.

ASS en narcisme.

Aanwezigheid van secundair narcisme is een verdedigingsmechanisme tegenover de maatschappij. Het is een klinische overlapping. Het kan gemakkelijk doorprikt worden via nauwkeurige vragen.

Misdiagnose en dubbeldiagnoses.

Het ene betekent daarom nog niet het andere. Een verkeerde diagnose is te vaak en te snel gesteld. ‘Het kan zomaar lijken’ of iemand in het autisme of narcisme spectrum zit. Alle combinaties zijn mogelijk, maar men kan niet zomaar labelen. Het woord narcisme wordt te snel in de mond genomen.

We zijn ons label niet.

Eens we weten wat ons stuurt kan dit voor rust zorgen. Dit werkt therapeutisch. Want ‘weten’ is de weg vrijmaken voor verandering. Het kan betekenis geven over de vele valkuilen die men al jaren ervaart. Eens we weten vanwaar die valkuilen komen kunnen we hier gericht aan werken. Schuldgevoel en verwijten zijn nooit op hun plaats. Ieder is verantwoordelijk voor het eigen gedrag.

Neurodivers brein. Neurodivergentie.

  • 1/44 heeft een vorm van autisme.
  • 1,2 miljard mensen heeft een neurodivers brein.

Neurodivergent zijn, betekent dat je brein anders werkt, dat je informatie op een andere manier verwerkt en dat je prikkelgevoelig bent. ‘Diagnoses’ als autisme/Asperger, OCD, dyslexie, dyspraxie, dyscalculie, ADHD, hoogbegaafdheid vallen hieronder.

  • Er leven 7,8 miljard mensen op deze aarde.

Bereken en stel vast dat niet iedereen hetzelfde is. Dat we moeten leren om samen te leven. We leren van elkaar en met elkaar.

 

Men ontdekt steeds maar kleine stukjes over de werking van ons brein. We zijn er lang nog niet.