De verschillen tussen narcisme en autisme.

De eeuwige vraagstelling.

Er wordt mij op de praktijk heel vaak gevraagd om de verschillen te belichten tussen narcisme en autisme. Slachtoffers van mentaal misbruik twijfelen of hun partner misschien wel een autismespectrumstoornis heeft in plaats van de narcistische persoonlijkheidsstoornis.

De meesten onder ons kennen nog Asperger stoornis. In 2013 gingen ze Asperger samen met klassiek autisme, atypisch autisme, MCDD, PDD-NOS, het syndroom van Rett en desintegratiestoornis van de kinderleeftijd, als één categorie benoemen: Autismespectrumstoornis niveau 1. (ASS)

Maar waarom twijfelen zovele slachtoffers tussen ASS en de narcistische persoonlijkheidsstoornis? Het zijn toch beiden ver uiteenlopende families van elkaar? Zij staan zelfs niet onder dezelfde classificatie in de DSM-5.

Diagnosestelling.

Het verschil met ASS (autisme) en narcisme is dat ASS wel kan worden vastgesteld op de leeftijd van 3, terwijl de narcistische pathologie nooit zou mogen worden vastgesteld voor het einde van de adolescentie. Vanaf en rond leeftijd 18/20 kan dit wel. Autistische spectrum stoornissen kunnen dus wel veilig gediagnosticeerd worden vanaf leeftijd 3.

Gezond of pathologisch narcisme?

Narcisme is niet pathologisch wanneer het voorkomt bij kinderen in de adolescentie.

Narcisme is zelfs vrij normaal in deze 2 fases van scheiding en individuatie. Waarbij de mens zich bewust wordt van zijn uniekheid tegenover andere mensen. Wanneer we onze identiteit ontwikkelen en rollen onderscheiden. Wanneer we leren wat we in ons toekomstige leven willen worden. Het opnemen tegen de wereld. Onze omgeving ontdekken. Risico’s nemen. Dit vraagt een grandioze en een narcistische instelling. Gezond narcisme reguleert ons zelfvertrouwen, zelfzekerheid en een gevoel van eigenwaarde.

Daarom dat ik in de begeleidingen er altijd zo sterk op druk dat men moet transformeren naar gezond narcisme. Dan krijg ik vaak de reactie, “maar dan ben ik ook een narcist?”. Neen dus. Gezond narcisme is waar we allen naartoe moeten streven. Pathologisch narcisme is heel wat ander gedrag.

Wat zijn nu de verschillen tussen ASS (autisme) en pathologisch narcisme?

Autisme en pathologisch narcisme zijn beiden egocentrisch.

Een persoon met autismespectrumstoornis heeft empathie. De narcist niet.

Autisme verdiept zich net als bij narcisme in een beperkt bereik van activiteiten en interesses.

Maar de sociale- en beroepsmatige interacties bij autisme zijn ernstig belemmerd.

De gespreksvaardigheden bij autisme zijn zeer primitief. De lichaamstaal en lichaamshouding, het in de ogen kijken, gezichtsuitdrukkingen en micro-uitdrukkingen zijn weinig tot ontwikkeling kunnen komen. Het is allemaal beperkt en kunstmatig. Het komt imiterend over. En ja, ook bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis. De non-verbale aanwijzingen zijn vrijwel afwezig. De interpretatie in anderen ontbreekt.

De autistische patiënt kan sociale- en seksuele signalen niet correct detecteren en identificeren. De lichaamstaal en woordenstroom van anderen wordt verkeerd geïnterpreteerd. Dit gedrag is eveneens kenmerkend voor de narcist. En dit is nu net wat zo verwarrend is.

Het werpt de kwestie van de kip of het ei op.

De uitdrukking kip-en-ei probleem wordt gebruikt als van twee fenomenen onduidelijk is welke oorzaak en welk gevolg is. Dit kan komen doordat zij in een kringverhouding tot elkaar staan: zonder A kan B niet tot stand komen, maar zonder B ontstaat A niet.

Defensiemechanismes bij autisme.

Vanaf de leeftijd van drie of vier, nog zeer jong dus, wordt de autistische patiënt soms afgewezen. Soms door de ouders, door familie, leeftijdsgenoten, docenten, door rolmodellen.

Deze afwijzing wordt onbewust gezien als verlating en het daagt de vorming van standvastigheid uit.

En nu komen we tot de kluwen van de vraagstelling. Ontwikkelen personen met ASS door deze afwijzing narcistische defensiemechanismes? Zij verdedigen zich tegenover een omgeving die zij ervaren als frustrerend en vijandig. Door in feite narcisten te worden. Dus persoonlijk voor mij, een uitgesproken ja. Het is voor de wetenschap een open vraag of er in autistische patiënten pathologisch narcisme wordt ontwikkeld als positieve aanpassing, en eigenlijk gericht is op de omgeving om te overleven die grotendeels afwijzend en vijandig is.

Ondanks dit moet benadrukt worden dat de patiënt met ASS zeer weinig met de narcistische persoonlijkheidspathologie gemeen hebben.

Misdiagnose.

ASS wordt vaak verkeerd gediagnosticeerd als persoonlijkheidsstoornis. Omdat er klinisch gezien wel overeenkomsten zijn tussen autisme en pathologisch narcisme.

Maar de narcist bijvoorbeeld schakelt tussen sociale behendigheid en de gezelligheid van de samenleving. Deze schakeling is een vrijwillige en volkomen controleerbare keuze. Net zoals opstandigheid en antisociaal gedrag een keuze is bij de narcist. Zijn sociale disfunctioneren is bewust opzettelijk gedrag. Al zijn gedragingen zijn bewuste keuzes. Gedrag met voorbedachten rade. Er is hoogmoed en arrogantie. De onwil om te investeren. Hij toont schaarse mentale energie om te investeren in relaties. Voor de narcist zijn anderen ondergeschikt, van mindere kwaliteit, minderwaardig, slecht.

En dit is niet het geval bij personen met autisme.

Wanneer de narcist wordt geconfronteerd met mogelijke bronnen van narcistische bevoorrading. En wanneer hij opmerkt dat zij hem de nodige aandacht en bewondering kunnen bieden. Dan schakelt de narcist gemakkelijk over en herwint hij in een knip zijn sociale vaardigheden. Hij kan meteen omschakelen! Dan wordt hij charmant, sociaal en de persoon waar iedereen van houdt. De narcist bombardeert dan heel intens met liefde en tracht hen te rekruteren voor langere termijn.

Een persoon met autismespectrumstoornis heeft geen toegang en geen toevlucht tot dergelijk gedrag! Zelfs al zou hij besluiten om te socialiseren, plezier te hebben of om op de flirttoer te gaan. Zijn sociale vaardigheden zijn zo enorm verminderd en zijn onvermogen om sociale signalen te lezen is onherstelbaar.

De narcist kan er dus voor kiezen om sociaal te zijn. Een persoon met autisme kan dit niet, hoe erg hij of zij dat ook zou wensen. Veel narcisten bereiken de hoogste rangen en worden de pijlers van hun gemeenschap. Zij bekleden hoge topfuncties. Narcisten leiden vrijwilligersorganisaties, multinationals. Zij worden beroemde acteurs, het zijn politici, ministers, presidenten, bekende televisiefiguren. Narcisten passen zich zeer snel en foutloos aan op het sociale platform van de samenleving.

Tot ze zichzelf door hun onvermijdelijke uitbarstingen, leugens en tegenstrijdigheden opblazen. En hun pathologisch toxisch gedrag een einde maakt aan hun carrière.

De narcist is sociaal functioneel en de autistische patiënt is dit heel duidelijk niet. Een persoon met autisme is niet antisociaal, maar asociaal.

De narcist schakelt en pendelt tussen overdreven sociaal zijn en antisociaal gedrag. De autistische persoon wil sociaal geaccepteerd worden en vriendschappen kunnen opbouwen. Hij wil trouwen en seksueel actief zijn. Hij wil een nageslacht verwekken maar heeft geen idee hoe het moet.

Een persoon met autisme is heel beperkt om het initiatief te kunnen nemen, te flirten, het voorspel en de verleiding. Hij is niet in staat om zijn emoties te onthullen, te vertalen. Of emotionele signalen te lezen. Hij is als een blind persoon in een kleurvolle omgeving.

Personen met autisme worden door anderen als ongevoelig en onverschillig waargenomen. Ze zijn hooghartig, arrogant of emotioneel afwezig. Dit is hoe mensen hen omschrijven. En deze beschrijving is identiek aan de beschrijving van de narcist.

Personen met autisme beperken zich tot eenzame activiteiten, tot één enkele hobby, passie. En zij duiken hierin met de grootste allesverslindende intensiteit, bijna dwangmatig, bijna obsessief en exclusief. Dit gedrag beheert de pijn die ze vanbinnen lijden. Het is een vorm van controle. Het reguleert hun emoties. Anders zou dit de autistische persoon gaan overheersen.

Maar in tegenstelling tot de narcist is dit niet het geval. De narcist kan niet alleen zijn! En als hij dan al alleen is, staat hij steeds in contact met de buitenwereld. Door middel van sociale media, datingsites, berichtjes, mail etc. De narcist vermijdt eveneens zijn traumapijn door anderen uit te sluiten, te devalueren. Hij stoot hen af.

Een persoon met autisme bereikt hetzelfde resultaat door zich terug te trekken in zijn of haar universum. En zij betrekken 1 of 2 personen in hun leven.

De narcist trekt de wijde wereld in om op de één of andere manier zijn superioriteit te integreren. In een hiërarchie van dominantie staat hij boven iedereen anders.

De autistische persoon trekt zich terug uit de maatschappij, maar niet omdat hij andere mensen beschouwt als inferieur en verachtelijk. Hij trekt zich terug uit de wereld omdat het erg pijnlijk voor hem is om erin te zijn. Daarom minimaliseert hij zijn wereld tot een klein universum met één of twee mensen die hij vertrouwt, meestal familieleden.

Terwijl de narcist pijn vermijdt door anderen pijn te doen, vermijdt de autistische persoon pijn door zichzelf pijn te doen.

Communicatie is nog zoiets. De narcist is heel bekwaam in het communiceren. Hij gebruikt taal als een instrument. Hij trekt er aandacht en bewondering mee aan. Of hij gebruikt taal om anderen te vernietigen, neer te halen, te vernederen en af te straffen.

De autistische persoon heeft een zeer ingewikkelde relatie met taal. Hij kan heel uitgebreid in een 6 uur durende monoloog gaan en je kan hem of haar niet stoppen. Of ze kunnen zwijgzaam en stil zijn en er is geen manier om hen eruit te halen.

Nog een verschil bij de autistische persoon is dat wanneer hij tijdens de bijzondere zeldzame gevallen zichzelf opent en praat, zal de focus liggen op zijn of haar onderwerpen en dit zijn meestal maar weinig onderwerpen. Dus zijn ze saai en repetitief en is het is onwaarschijnlijk dat zij zich aan de gespreksregels houden. Zij laten bijvoorbeeld waarschijnlijk geen ander toe om te spreken en het woord te nemen. Zij kunnen dit signaal niet ontcijferen.

Hoewel narcisten ook onattent in hun gesprek zijn en zich ook bezighouden met monologen. In die zin zijn zij hetzelfde als de autistische persoon. Maar de narcist heeft een brede sluier en een breder scala aan onderwerpen. En het gespreksonderwerp wordt aangepast aan de gesprekspartner om indruk te maken. Want wanneer hij of zij indrukt maakt kunnen zij dit omzetten in een bron van aandacht en bewondering.

Wanneer ze worden geconfronteerd met bepaalde situaties en met bepaalde mensen kan de narcist wel een goede luisteraar zijn. Wanneer de narcist iemand in een intieme relatie wil verleiden dan kan hij heel goed luisteren. Hij imiteert dan goed luisteren. Een persoon met ASS kan dit niet imiteren.

De narcist ontcijfert conversatie-aanwijzingen en non-verbale lichaamstaal veel beter dan de autistische persoon.

Bij sommige persoonlijkheidsstoornissen overtreft de taalvaardigheid ver boven het gemiddelde. Het is een heel belangrijk instrument om hun doelen mee te kunnen bereiken. Iemand uit het autisme spectrum kan dit niet. Hij of zij kan deze intieme relatie met taal niet bereiken.

Wanneer de narcist op consultatie komt, zijn er meteen een aantal aanwijzingen die duidelijk zijn. Het taalgebruik, de variërende onderwerpen. De levensdoelstellingen. Sociale beperkingen ja of neen. De totale interactie. Al deze zaken scheiden de narcist meteen van het autistische profiel.

Terug even naar personen met autisme die narcisme ontwikkelden. Secundair narcisme is een verdedigingsmechanisme tegenover de maatschappij. Het is een klinische overlapping. Het kan gemakkelijk doorprikt worden met een paar nauwkeurige vragen.

Wanneer er een verkeerde diagnose wordt gesteld dan is deze persoon onwetend, onervaren en onvoldoende bedreven.